Zwangerschap

Een zwangerschap duurt 9 maanden. Dit zijn 38 weken vanaf de bevruchting. Omdat niet iedereen weet wanneer de bevruchting was, wordt de zwangerschap vaak vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie gerekend. De zwangerschap duurt dan 40 weken.

Zwangerschapstijdlijn

Bevruchting

Wanneer er zaadcellen in de vagina terecht komen en een vrouw is vruchtbaar kan er bevruchting plaats vinden. Bevruchting wil zeggen dat de kern van zaadcel samensmelt met de kern van eicel. Daarna heb je een bevruchte eicel. 

De bevruchting vindt plaats in eileider. De bevruchte eicel wordt met behulp van trilharen naar de baarmoeder vervoerd. Tijdens deze rit begint de eicel alvast met delen.

Op de 14e dag vindt er een eisprong plaats.

De eicel wordt bevrucht met een zaadcel.

De bevruchte eicel gaat naar de baarmoeder. Ondertussen begint de cel met delen.

De baby

Wanneer de bevruchte eicel in de baarmoeder aan komt, is al een klompje cellen. Het klompje cellen zal zich dan gaan innestelen. Dit wil zeggen dat het in het baarmoederslijmvlies duikt. Daar zal het zorgen dat het zuurstof en voedingsstoffen ontvangt en zijn afvalstoffen kwijt kan.

In de baarmoeder maakt de baby een placenta. De baby is met de placenta verbonden via een navelstreng. De navelstreng bevat 2 slagaders en 1 ader. In de placenta liggen de bloedvaten van de baby en die van de moeder heel dicht tegen elkaar. Zo kunnen zuurstof en voedingstoffen aan de baby gegeven. De afvalstoffen van de baby worden afgegeven aan het bloed van de moeder.

In de baarmoeder wordt de baby beschermd door de vruchtvliezen. Dit is een soort ballon gevuld met vocht. Dit vocht wordt vruchtwater genoemd. Het vruchtwater zorgt ervoor dat:

  • de baby op de juiste temperatuur blijft

  • schokken opgevangen worden

  • dat de baby kan bewegen zolang hij nog niet te groot is.

De bevalling

Na 9 maanden wordt de baby geboren. De bevalling bestaat uit drie fases:

1. De ontsluiting: de spieren van de baarmoeder trekken samen. Hierdoor gaat de baarmoeder steeds verder open staan. De baarmoedermond moet 10 cm openen zodat de baby er doorheen kan.

2. De uitdrijving: in deze fase wordt de baby geboren.

3. De nageboorte: in deze fase worden de vruchtvliezen, de placenta en de rest van de navelstreng geboren.

Tweelingen

Soms is een vrouw niet zwanger van één baby, maar van twee of zelfs meer. Er zijn twee soorten tweelingen:

  • Twee-eiige tweeling: Wanneer er bij een eisprong niet één maar twee eicellen vrijkomen dan kunnen deze alle twee bevrucht worden. Je krijgt dan een tweeling. Deze twee kinderen zijn net zo verschillend als twee gewone broers en zussen. Ze kunnen ook twee verschillende geslachten hebben.

  • Eeneiige tweeling: Er komt maar één eicel vrij en ook deze wordt maar door één zaadcel bevrucht. Bij het delen kunnen er cellen losraken. Deze cellen beginnen dan opnieuw met delen. Daardoor krijg je twee kindjes. Deze kinderen hebben precies hetzelfde erfelijke materiaal omdat ze uit dezelfde eicel en zaadcel komen. De kinderen van een eeneiige tweeling zijn dus ook altijd van hetzelfde geslacht

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.