Stofwisseling

Planten zijn producenten. Producent komt van het woord produceren omdat ze hun eigen voedsel maken. Dit doen ze via fotosynthese. Fotosynthese vindt plaats in de bladgroenkorrels. Dit is een organel die alleen planten in hun cellen hebben.

 

Via fotosynthese maken planten glucose. Glucose is een voedingsstof waarmee planten zichzelf kunnen opbouwen of aan verbranding kunnen doen. Om aan fotosynthese te kunnen doen hebben planten water, koolstofdioxide en zonlicht nodig. Naast glucose ontstaat er ook een afvalstof, zuurstof. Planten ademen zuurstof weer uit.

Alleen groene planten hebben bladgroenkorrels. Dus alleen groene planten doen aan fotosynthese.

Deze afbeelding laat het proces fotosynthese zien. Hiervoor zijn koolstofdioxide, water en licht nodig. Bij fotosynthese ontstaat glucose en zuurstof.

Als je telefoon geen energie meer heeft valt hij uit. Net als je telefoon heeft elk organisme energie nodig. Deze energie kunnen zij zelf opwekken door aan verbranding te doen. Verbranding is een proces die in elke levende cel plaats vindt. Verbranding vindt plaats in het cytoplasma.

 

Voor verbranding zijn twee dingen nodig:

 

- Brandstof: dit is vaak glucose

- Zuurstof: dit is een gas.

Bij verbranding ontstaat energie. Dit is de reden waarom organisme aan verbranding doen. Verder ontstaan er twee afvalstoffen:

 

- Water

- Koolstofdioxide: dit is ook een gas.

Let op: fotosynthese is het omgekeerde proces van glucose.

Deze afbeelding laat het proces verbranding zien in een dierlijke cel. Voor verbranding zijn glucose en zuurstof nodig. Er ontstaat energie, water en koolstofdioxide.

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.