Het gezichtzintuig

In het oog ligt het gezichtszintuig. De functie van een zintuig is het omzetten van prikkels in impulsen. De adequate prikkel voor het gezichtszintuig is licht. Wanneer deze prikkel omgezet is naar een impuls en vervoerd naar de hersenen wordt deze daar verwerkt. Zodra de impuls verwerkt is kun je zien.

Aan de buitenkant van het oog zijn al verschillende onderdelen op te merken. Al deze onderdelen hebben hun eigen functie:

 

  • Wenkbrauw: Vangt zweet van het voorhoofd.

  • Traanklier: produceert traanvocht.

  • Oogleden: verdelen traanvocht over het oog en beschermen het oog.

  • Wimpers: Houden licht en vuil tegen.

  • Traanbuis: voert traanvocht af naar de neusholte.

De buitenkant

De binnenkant

Je oog is een bol. Als je een doorsnede van het oog bekijkt ziet dat het eruit zoals de afbeelding hiernaast. Aan de voorkant zijn vier onderdelen te zien. De functies van deze onderdelen zijn:

 

  • Hoornvlies: het voorste deel van het harde oogvlies en is doorzichtig.

  • Pupil: Dit is een gat in je iris en hiermee wordt de hoeveelheid licht in je oog bepaalt.

  • Iris: dit is het gekleurde gedeelte in je oog. Hier wordt de grootte van de pupil bepaald.

  • Lens: kan boller en platter worden om het beeld scherp te maken.

Wanneer je het oog verder bekijkt zie je dat het bestaat uit drie lagen:

 

  • Harde oogvlies is de buitenste laag en geeft stevigheid en bescherming.

  • Hoornvlies: het voorste deel van het harde oogvlies en is doorzichtig.

  • Vaatvlies: bevat bloedvaten.

  • Netvlies: hier liggen de zintuigcellen.

Het oog wordt opgevuld met het glasachtige lichaam: dit is een heldere vloeistof doorzichtige vloeistof. 

Op je netvlies liggen zintuigcellen. Deze cellen zetten licht om in impulsen. Er zijn twee soorten zintuigcellen:

  • Kegeltjes: hiermee zie je kleur. Deze liggen voornamelijk in je gele vlek maar ook op de rest van het netvlies kun je ze tegen komen. Kegeltjes werken pas bij een grote hoeveelheid licht.

  • Staafjes: hiermee zie je grijstinten en het verschil tussen licht en donker. Deze werken ook al bij een beetje licht. Ze liggen op heel het netvlies behalve in de gele vlek.

Op de blinde vlek liggen geen zintuigcellen. Licht dat hierop valt wordt niet omgezet.

Zintuigcellen

Oogzenuw

Achter je blinde vlek ligt je oogzenuw. Dit is een gevoelszenuw en is opgebouwd uit gevoelszenuwcellen. De oogzenuw vervoert de impulsen naar de hersenen. In je hersenen zal deze impuls verwerkt worden. Dit noem je bewustwording.

Het licht moet altijd precies op het netvlies vallen. Om dit mogelijk te maken is er de lens. De lens draait het beeld om en verkleind beeld. Dit wordt later in je hersenen weer bijgesteld.

 

De lens kan ook boller en platter worden om het licht precies op de het netvlies te laten vallen. Dit heet accommoderen.

Wanneer je iets van dichtbij bekijkt wordt je lens bol en wanneer je iets verder weg bekijkt wordt je lens platter.

Scherpstellen

De iris regelt de grootte van het pupil. Als de pupil groot is valt er veel licht in het oog. Wanneer de pupil klein is valt er weinig licht in het oog. Zo kan de hoeveelheid licht geregeld worden. Dit wordt geregeld met spiertjes te zien in het plaatje hiernaast.

De kringspiertjes kunnen de pupil kleiner maken.

De lengtespiertjes kunnen de pupil weer groter maken.

Het groter en kleiner worden van de pupil is geen bewust proces. Je hersenen hebben er geen controle over. Je noemt dit een reflex.

De hoeveelheid licht

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.