De mondholte

Als je eet of drinkt komt het voedsel eerst in je mondholte terecht. Met je snij- en hoektanden bijt je stukjes van je voedsel af. Dit voedsel wordt in je mond door je kiezen fijn gemalen. Ondertussen komt er speeksel uit je speekselklieren vrij. Je tong mengt het voedsel met het vrijgekomen speeksel. Wanneer je klaar bent met kauwen duwt je tong het voedsel je slokdarm in.

Speeksel

Het speeksel heeft een veterende functie. De enzymen in het speeksel zorgen ervoor dat zetmeel kleiner wordt gemaakt.

De huig en het strotklepje

Je tong duwt het voedsel vanuit je mond naar je slokdarm. Je voedsel mag niet per ongeluk in je luchtpijp terecht komen. Je huig en je strotklepje zorgen ervoor dat het voedsel netjes op juiste plek terecht komt. De huig zorgt dat er geen voedsel in de neusholte terecht komt en het strotklepje zorgt ervoor dat er geen voedsel in de luchtpijp terecht komt. Wanneer dit niet goed gebeurt, kan je je verslikken.

Als je lacht of praat tijdens het eten raakt je lichaam in de war. Er moet zowel lucht naar je longen als voedsel naar je maag. Je strotklepje en huig kunnen dan open blijven staan. Hierdoor kan er voedsel op de verkeerde plek terecht komen en kun je je verslikken.

De slokdarm

Na je mond komt je voedsel in je slokdarm terecht. Je slokdarm heeft als taak het voedsel naar de maag vervoeren. Dit vervoeren gaat niet vanzelf. Door je gehele verteringsstelsel maken de spieren in de wand knijpende bewegingen (zoals te zien in punt A). Deze bewegingen worden peristaltische bewegingen genoemd. Via deze bewegingen worden de voedselbrokken voort geduwd en gemengd met verteringsappen.

 

Vezels uit je voedsel stimuleren deze peristaltische bewegingen. Wanneer je veel vezels eet zal het voedsel zich dus gemakkelijker door het verteringsstelsel bewegen.

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.