Micro-organismen

Micro-organismen zijn hele kleine organismen die je alleen met een microscoop kan waarnemen. In de afbeelding hiernaast zie je welke organismen tot de micro-organismen behoren. In deze paragraaf gaan wij het echter niet hebben over kleine planten en dieren.

 

Hoewel meercellige schimmels eigenlijk geen micro-organismen zijn (je kan ze namelijk gewoon met het blote oog zien) zullen ze wel in deze paragraaf behandeld worden.

 

Verder ga je in deze paragraaf uitzoeken waarom de virussen apart benoemd worden.

Bacteriën en schimmels

Schimmels en bacteriën behoren niet alleen allebei tot de micro-organismen zij hebben ook dezelfde taak in de natuur. Zij zijn een soort opruimers omdat zij al het biologische materiaal afbreken.

 

Het verschil is dat bacteriën altijd eencellig zijn en schimmels ook uit meerdere cellen opgebouwd kunnen zijn. Om te bepalen of een organisme een schimmel of bacterie is kijk je naar de opbouw van de cel. In de afbeelding hiernaast is nogmaals te zien welke organellen deze rijken hebben.

Bacteriën 

Bacteriën hebben net als schimmels de taak om biologisch materiaal af te breken. Mensen gebruiken bacteriën ook om producten zoals yoghurt en zuurkool te maken.

 

Bacteriën kunnen echter ook gevaarlijk zijn omdat ze je ziek kunnen maken. Bacteriën in je lichaam kun je bestrijden met antibiotica. Antibiotica werkt alleen tegen bacteriën.

 

Bacteriën planten zich voort door zich te delen. Elke keer als een groep bacteriën zich deelt zal de groep zich verdubbelen. Bij gunstige omstandigheden kan het aantal bacteriën dus snel toenemen. Hoe vaak een bacterie zich deelt hangt van het soort af.

In de afbeelding hierboven is te zien hoeveel bacteriën er na 2 uur ontstaan van een bacteriesoort dat zich elke 20 minuten deelt.

Meercellige schimmels

Schimmels komen voor als eencellige en meercellige. Een meercellige schimmel is opgebouwd uit meerdere cellen terwijl een eencellige maar uit één cel bestaat. Meercellige schimmels zijn opgebouwd uit schimmeldraden en kom je bijvoorbeeld tegen op een beschimmelde boterham maar ook paddenstoelen en champignons zijn meercellige schimmels. De meercellige schimmels worden door mensen ingezet om bijvoorbeeld blauwader kaas te maken maar ook champignons worden vaak gegeten. Schimmel kunnen echter ook voor ziektes zorgen.

 

Een meercellige schimmel plant zich voort door speciale cellen te maken genaamd sporen. Eén spoor kan vervolgens weer uitgroeien tot een nieuwe schimmel.

Eéncellige schimmel

Eéncellige schimmels worden gisten genoemd. Gisten worden ingezet om bijvoorbeeld brood en alcoholische dranken te maken.

 

Een gist zet glucose om te koolstofdioxide en alcohol. Koolstofdioxide maakt brood luchtig en de alcohol wordt gebruikt om bijvoorbeeld wijn en bier te produceren.

 

Een gist is ééncellig en kan daarom geen speciale voorplantingscellen maken zoals de meercellige schimmel. Een gist zal zich daarom voortplanten door te delen.

Bij gisting ontstaat koolstofdioxide. Koolstofdioxide is een gas en zorgt ervoor dat het brood groter en luchtig wordt. Dit wordt het rijzen van het deeg genoemd.

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.