Rode bloedcellen

Je lichaam wil geen indringers binnen hebben. Je witte bloedcellen bepalen constant welke cellen wel en niet in je lichaam thuis horen. Dit doen de witte bloedcel aan de hand van herkenningspunten aan de buitenkant van de cel die antigenen worden genoemd. Wanneer een witte bloedcel een cel herkent doet hij niets, wanneer hij hem niet herkent valt hij aan.

 

Ook rode bloedcellen worden door de witte gecontroleerd. De antigenen op het celmembraan van de rode bloedcel bepaalt de bloedgroep. Wanneer je rode bloedcellen binnen krijgt van een andere bloedgroep herkent de witte bloedcel hem niet en zal hij aanvallen.

De verkeerde bloedgroep

Wanneer een rode bloedcel met andere antigenen dan je eigen rode bloedcellen in je lichaam terecht komt, zullen de witte bloedcellen gaan aanvallen. Dit doen zij door antistoffen te gaan produceren. Deze antistoffen zullen de vreemde rode bloedcellen onschadelijk maken. Het zorgt alleen ook voor klonten in je bloed. Dit kan voor levensbedreigende situaties zorgen.

Bloed toedienen

Als iemand donorbloed nodig heeft, is het dus belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de bloedgroep. Er mogen geen rode bloedcellen binnen komen met één of meerdere soorten onbekende antigenen.

 

Er zijn vier soorten bloedgroepen:

  1. Bloedgroep A

  2. Bloedgroep B

  3. Bloedgroep AB

  4. Bloedgroep O 

In de afbeeldingen hieronder kun je zien welke bloedgroepen wel en niet bij elkaar kunnen.

Bloedgroep A

De rode bloedcel van iemand met bloedgroep A heeft alleen antigen A. Een witte bloedcel herkent dan alleen antigen A. Wanneer dit antigen of geen antigenen aanwezig zijn zal een witte bloedcel niet aanvallen.

Een witte bloedcel herkent dus alleen antigen A. Wanneer hij in aanraking komt met antigen B zal hij aanvallen.

Bloedgroep B

De rode bloedcel van iemand met bloedgroep B heeft alleen antigen B. Een witte bloedcel herkent dan alleen antigen B. Wanneer dit antigen of geen antigenen aanwezig zijn zal een witte bloedcel niet aanvallen.

De witte bloedcel herkent dus alleen antigen B. Wanneer hij in aanraking komt met antigen A zal hij aanvallen.

Bloedgroep AB

De rode bloedcel van iemand met bloedgroep AB heeft antigen A en B. Een witte bloedcel herkent dan zowel antigen A als antigen B. Een witte bloedcel zal dus antigen A en B niet aanvallen.

De witte bloedcel herkent dus zowel antigen A en antigen B. Deze witte bloedcel heeft het dus lekker rustig. Hij hoeft nooit antistoffen tegen rode bloedcellen te maken.

Bloedgroep O

De rode bloedcel van iemand met bloedgroep O heeft zelf geen antigenen. De witte bloedcel zal dus ook geen antigenen herkennen. Hij zal dus alleen niet aanvallen bij rode bloedcellen zonder antigenen.

Een witte bloedcel van iemand met bloedgroep O herkent dus geen antigenen. Wanneer hij in aanraking komt met antigen A of antigen B zal hij aanvallen.

Resusfactor

Naast de antigenen A en B kan een rode bloedcel nog een antigen op zijn celmembraan hebben. Dit antigen wordt de resusfactor genoemd. Wanneer iemand dit antigen heeft, heeft hij een positieve bloedgroep. Iemand die deze bloedgroep niet heeft, heeft een negatieve bloedgroep. 

Iemand met een positieve bloedgroep kan zowel positief als negatief bloed ontvangen. Iemand met een negatieve bloedgroep kan alleen negatief bloed ontvangen omdat zijn witte bloedcel de resusfactor niet herkent.

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.