Gaswisseling

In de longblaasje vindt de gaswisseling plaats. Gaswisseling is letterlijk de wisseling van de gassen: zuurstof en koolstofdioxide tussen de longblaasjes en de haarvaten. Zuurstof moet de longblaasje uit en het bloed in. Koolstofdioxide is een gas dat ontstaan bij verbranding en moet het bloed uit en de longblaasjes in. Dit gas kun je dan vervolgens uitademen. Het bloed dat aankomt bij de longblaasjes is dus zuurstofarm. Dit betekent dat het bloed weinig zuurstof bevat. Het bloed dat van de longblaasjes afstroomt is zuurstofrijk. Dit betekent dat het bloed veel zuurstof bevat.

Diffusie 

De gaswisseling verloopt niet zomaar. Het proces dat voor gaswisseling zorgt noem je diffusie. Maar wat is diffusie?

 

De natuur maakt dingen graag gelijk. Gasdeeltjes zijn steeds in beweging. Zij bewegen zich steeds van een hoge concentratie naar een lage concentratie. Zo zal aan beide kanten een gelijke concentratie ontstaan. Dit proces noem je diffusie.

 

Diffusie vindt plaats in de longblaasjes. Na inademen is er een hoge concentratie zuurstof in de longen. De concentratie zuurstof in de haarvaten is laag. De zuurstof stroomt vanzelf van de hoge naar de lage concentratie. Dus van de longblaasjes naar het bloed. Op deze manier stroomt het bloed vol met zuurstof. Op dezelfde manier stroomt de koolstofdioxide vanuit het bloed de longblaasjes in.

Ademhaling

Bij ademhaling stroomt er lucht de longen in en uit. Bij de inademing moeten de longen groter worden en bij de uitademingen moeten de longen weer kleiner worden. Om dit mogelijk te maken heeft je lichaam twee soorten ademhaling.

 

De eerste ademhaling is borstademhaling. deze ademhaling wordt ook wel ribademhaling genoemd. Bij de inademing trekken de spieren tussen de ribben samen. Hierdoor komt de borstkas omhoog. Daardoor wordt de ruimte in borstkas groter en zetten de longen uit. De longen zuigen zich hierdoor vol met lucht. Bij de uitademing ontspannen de tussenribspieren weer. Hierdoor komt de borstkas naar beneden en worden de longen leeg gedrukt.

Wanneer je diep in- en uitademt doet je lichaam naast borstademhaling ook aan buikademhaling. Deze ademhaling wordt ook wel middenrifademhaling genoemd. Wanneer je inademt zullen de middenrifspieren samentrekken. Hierdoor komt het middenrif naar beneden en worden de organen in buik een beetje naar voren geduwd. Hierdoor wordt de ruimte in de borstkas groter en zuigen de longen zich vol met lucht.

 

Bij de uitademing spannen de buikspieren zich aan. Hierdoor worden de organen in de buik weer terug geduwd, komt het middenrif weer omhoog en worden de longen leeg geduwd.

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 by Trainjebiologie.